Inleiding. Ik vroeg me op een moment af hoe men tot het begrip HOOGLIED is gekomen. HOOGLIED, of te wel het LIED DER LIEDEREN, hadden we misschien ook het HOGE LIED (het beste of mooiste lied) kunnen noemen.
Taalkundig wijst HOOGLIED echter op een soortnaam, een samengesteld woord, zoals je ziet in 'klaptafel' of 'grapneus'. Daarmee wordt met het eerste woorddeel HOOG aan het tweede woorddeel LIED een speciale betekenis toegevoegd. Een sportauto is niet perse een auto om mee te sporten, het is een type auto zoals je ook een stationwagon hebt.
Hooglied en kunst. In het kader van het thema HOOGLIED bij de bijbelkring van de Arboretumkerk in het voorjaar van 2026 heb ik een aantal kunstvoorwerpen bijeengebracht.
Het toont aan dat menig kunstenaar - van heel bekend tot minder bekend - zich heeft laten inspireren door het HOOGLIED.
Verderop op de pagina vind je links naar webpagina's waarin werken van de kunstenaars Chagall, Moreau, Kupka, Cornelissen, Chau, het koppel Howard & Hajonides, Stauder, Alevizos en Dali worden beschreven.
Ter ondersteuning van dit thema had ik begin april het boek Verklaring van het Bijbelboek HOOGLIED | De wondere weg van een jonge man met een jonge vrouw van Piet Sanders besteld waarin het HOOGLIED behandeld wordt.
Het boek heb ik helaas nooit ontvangen. Deze bron blijft om die reden voor mij ontoegankelijk.
Eind januari dit jaar heb ik in het Catharijneconvent in Utrecht de expositie 'In the Name of Love' bezocht.
Bij een museumbezoek maak ik gewoontegetrouw foto's van de kunstwerken, en bij deze expositie dus ook: PORTFOLIO: Museum Catharijneconvent with 'In the Name of Love' on January 28, 2026.
Geen van mijn afbeeldingen van 'In the Name of Love' verwijst direct naar het HOOGLIED. Wel kwam ik dit tegen: Overvloed aan bijbelse erotiek in 'De zomer van Herman Pleij' (2016) waar het volgende staat geciteerd:
... Pleij vond ... veel erotische kunst in het depot van het Catharijneconvent. En dat is volgens de nieuwbakken conservator niet zo gek omdat veel afbeeldingen van Bijbelse taferelen erotiek bevatten. ‘Dat is soms verbijsterend, want ik vond bijvoorbeeld een beeld waarbij het kindje Jezus zijn moeder bij de kin pakt. Nu betekent dat: ik lees je de les, maar toen betekende het: ik wil met je vrijen. Maar deze beeltenis werd in die tijd als spirituele liefde gezien want ze hadden immers geen erfzonde.' Toch was er in de kerk veel discussie, ook bijvoorbeeld over de borstenverering van Maria in allerlei kunstuitingen. Volgens Pleij werd de legitimatie voor deze erotische uitingen gevonden in de sensuele ondertoon van het Bijbelboek Hooglied.
Een vraag. Waarom staat het HOOGLIED in de bijbel en bijvoorbeeld het gnostische (mystieke) Thomasevangelie niet? Dit was een vraag die ik een keer dit voorjaar tijdens de bijbelkring had opgeworpen.
In de Rooms-Katholieke Kerk is één van de drie geloften de gelofte van kuisheid waarin seksuele onthouding centraal staat. Met deze gelofte kan een priester of non zich zonder vleselijke af- en verleiding geheel en al wijden aan God.
'Borsten als twee kalfjes' of 'Borsten als trossen aan de wijnstok' in het HOOGLIED zijn als erotisch te betitelen en in strijd met de genoemde gelofte van kuisheid. De Kerk heeft het zo lijkt het niet aangedurfd dit Boek uit het Oude Testament (OT) te verwijderen. Misschien omdat het met al z'n plastische beschrijvingen te zeer raakt aan het aardse leven met al z'n diepmenselijke verlangens.
Ik vermoed dat het HOOGLIED geen existentieel gevaar voor de Kerk vormde. Dat is wel anders gesteld met het Thomasevangelie.
Het Thomasevangelie waarin ik geen onvertogen woord tegenkom, was voor de Kerk echter zeer gevaarlijk materiaal. Het werd verboden in de 4e eeuw na Christus. Hier verwijs ik onder meer naar het boek Gnosis en Gnostiek van Bram Moerland.
Ik vermoed dat de Jesus die in het Thomasevangelie optreedt te zeer mens (profeet) was, in een tijd dat Jesus tijdens opeenvolgende concilies verheven werd tot de Zoon van God. De goddelijke Christus botste te zeer met de aardse Jesus van de Gnostici.
Het Thomasevangelie heeft overigens nooit in de Bijbel gestaan. Het behoort tot de apocriefe geschriften (had dus in principe in het OT kunnen staan) en is door de vroege Kerk buiten de Bijbelse canon gehouden, omdat het niet zou hebben aangesloten bij de leer van de apostelen en pas laat (rond het jaar 140–180) zou zijn ontstaan.
De tekst is dus sterk gnostisch gekleurd en legt de nadruk op verborgen, mystieke kennis die de lezer zelf moet ontdekken. Het gnostische karakter ervan was misschien wel hét argument om dit evangelie (een verzameling van 114 losse uitspraken (logions) en gelijkenissen (spreuken) van Jezus).
Dat argument wordt ondersteund door een verhoor van de Inquisitie die een Kathaarse priester ondervroeg over zijn kennis van het Thomasevangelie. Deze man kende het evangelie uit zijn hoofd. Deze ketterse kennis bracht hem direct naar de brandstapel. Hier verwijs ik naar Bram Moerlands De Katharen.
Samenvattend zou je kunnen concluderen dat het OT dat deel van de Bijbel is waar blijkbaar spanningen hebben gezeten. Bedenk dat de Katholieke bijbel 46 (39 + 7 deuterocanonieke) Boeken omvat, de Protestantse versie 39 Boeken (de deuterocanonieke Boeken heten bij de Protestanten apocrieve Boeken die zijn weggelaten). De opname van de deuterocanonieke Boeken werd bepaald door het Concilie van Trente van 1546.
Ik schrijf dit onder het motto het hooglied is als een engeltje dat over je tong piest.
Joost van Meeteren, 4 juni 2026
Nawoord. Naast de beschreven kunstenaars noem ik ook nog Bart van der Leck, Alie Ekkelenkamp en Neeltje van Sloten.
Op de Wiki-pagina van Van der Leck staat Bart van der Leck & P.J. Klaarhamer. Het Hooglied van Salomo. Verlucht en versierd door B.A. v.d. Leck en P.J.C. Klaarhamer. Amsterdam, W. Versluys, 1905 gedrukt in 300 exemplaren. vermeld.
Bij Alie Ekkelenkamp zie je een kunstwerk van een tafereel met een vogel tussen de lentebloesem met rechts in beeld een tekst. Neeltje van Sloten toont hier een werk onder de titel "Van honigzeem * druppelen uw lippen (Hooglied)".
* de allerzuiverste en zoetste honing